De naam "Johnny Hoes" is een begrip in de wereld van de lichte Nederlandstalige muziek. Niet alleen is hij zanger van hits als "Och was ik maar", "De smokkelaar", "De stroper" en "Daar mag je alleen maar naar kijken". Hij is ook de schrijver van tal van liedjes voor artiesten als de Zangeres Zonder Naam, Eddy Wally, De Heikrekels, Dennie Christian en vele anderen. En de ontdekker van heel veel Nederlands talent.

Muziek als broodwinning? Velen dromen ervan, bij Johnny Hoes kwam het min of meer aanwaaien. Johnny Hoes werd geboren op 19 april 1917 in Rotterdam, vlak bij de haven. Hij luisterde er graag naar Amerikaanse liedjes en formeerde zelfs een crooners-kwartet. Hij behaalde er ook zijn HBS-diploma en, in de crisisjaren voor de oorlog, praktijkdiploma's Engels, Duits, Nederlands en praktisch correspondent. Hoes herinnert zich uit zijn jonge jaren nog de zeilschepen die hun lading kwamen lossen. Zeelui van allerlei nationaliteiten zwierven door de stad, allen met hun eigen muziekcultuur, want zij zongen ook in alle talen: Grieks, Noors, Chinees, Engels, Duits.

In de cafés werden de eerste jukeboxen geplaatst, vol internationaal repertoire en met zijn vriendjes stond John vaak buiten voor die cafés te luisteren naar de populaire sterren uit die tijd, zoals de Boswell Sisters, Bing Crosby, de Andrews Sisters en Louis Armstrong.

Hij hield van zingen en hij kan nog uitgebreid vertellen over die ouderwetse warme zomeravonden waarop hij met de jongens uit de buurt op de hoeken van de straten stond te croonen tot het eerste maanlicht kwam. Met wat medestudenten op de HBS formeerde hij een ploegje waarmee de Mills Brothers werden geïmiteerd onder de wijdse naam The Four Dutch Serenaders.

Maar de talenten van John waren veelzijdiger. Op 17-jarige leeftijd speelde hij in het eerste voetbalelftal van COAL, dat hij meehielp promoveren naar de tweede klas van de KNVB. Daarnaast hield de troubadour zich bezig met dammen, schaken, vissen, biljarten, lezen, lekker eten, films, toneel en muziek in de meest uitgebreide betekenis: hij kan nog altijd met veel plezier luisteren naar operette en opera, maar ook naar schlagers, volks- en zelfs popmuziek.

Weert
De mobilisatie bracht hem in 1939 naar Tungelroy, gemeente Weert, waar hij met zijn peleton een brug moest bewaken. Dienstplichtig sergeant Johnny organiseerde voor de soldaten allerlei feestavonden. Van een collega kocht hij voor ’n rijksdaalder een gitaar en al gauw was hij het middelpunt van alle gezelligheid in de kazerne. Ondertussen leerde hij er ook een vriendin kennen: Jacqueline, die hem in Weert vasthield.

In 1944 (Weert was toen al bevrijd) werd John tolk bij de Amerikanen en ook voor hen organiseerde hij vele feest- en dansavonden. Hij werd betaald in natura: corned beef, chocolade, sigaretten en whisky. Die laatste twee gaf hij weg, omdat hij zelf rookt noch drinkt. Hoes schreef toen ook zijn eerste liedje: "De cowboy-soldaat," het verhaal over een cowboy uit Texas die naar Europa kwam om voor onze vrijheid te strijden en later thuis tegen zijn meisje vertelt dat de blijheid van al die bevrijde mensen ruimschoots de strijd waard was en dat hij erg trots is op zijn succes. Het lied werd in Weert een plaatselijk succes en het prille zangeresje Helma zette het in 1948 op de plaat op het Belgische Victory label.

Zeemanshart
Een Belgische muziekuitgever wilde het liedje in zijn fonds opnemen en tot zijn eigen verbazing kreeg Johnny Hoes er nog geld voor ook. Hij schreef cowboy- en jodelliedjes aan de lopende band, vermoedend dat daar de markt lag en plaatste die bij Belgische uitgevers. Het schrijven was een welkome inkomstenbron in de opbouwjaren van Nederland, vlak na de oorlog.

Nederlandse platenmaatschappijen, uitgevers en radio-omroepen zagen niets in de creaties van Hoes; zij vonden de liedjes "typerend voor het donkere zuiden." Hoes maakte ook zelf zijn eerste plaatjes in België, met een collegazanger uit Weert onder de artiestennaam "De Twee Jantjes.”

Tot in 1952 Eddy Christiani, Johns "Zeemanshart" voor de radio bracht. De grammofoonplatenafdeling van Philips, het tegenwoordige Universal, ging op zoek naar de maker van het lied en stuitte op Johnny Hoes. Deze deelde mee dat "Zeemanshart" al ruim een half jaar geleden naar Philips was opgestuurd. De maatschappij was het liedje echter kwijt en John stuurde het andermaal, waarna De Straatzangers (Willy Alberti en Max van Praag) het op de plaat zetten.

Bij collega-maatschappij Bovema was ondertussen een versie van Eddy Christiani verschenen. De plaat sloeg aan en Philips vroeg om meer repertoire. Dezelfde liedjes die men eerder afwees werden nu ook in Nederland grote successen: De smokkelaar, Op een zeemansgraf staan nooit geen rode rozen, Glück auf, Barcelona, De boerinnekesdans, e.v.a.

Hoes werd gevraagd om als freelance producer uit te kijken naar nieuw talent voor Philips. De artiesten uit de Philipsstal voelden er niet veel voor Hoes-repertoire op de plaat te zetten, maar tal van nieuwe artiesten wel, zoals De Zangeres Zonder Naam, Jerry Bey, Anneke Grönloh, Rob de Nijs en Ria Valk. Een deel van het repertoire ontdekte hij in het buitenland, met name Duitsland en voorzag hij van een Nederlandse tekst.

Hoes zou van grote invloed worden op de muzikale folklore en cultuur in Limburg. Veel "nieuwe" artiesten ontdekte John in het Limburgse land. Hij zette het dialectrepertoire van Frits Rademacher, Joep Rademakers, Willy Caron en Jef Diederen op de plaat en tal van dialect-carnavalsschlagers. Voor één daarvan, "Och was ik maar,” een hit in Venlo, zocht hij een "Hollandse" zanger. Toen die niet beschikbaar bleek, zong hij het lied zelf maar in. Het is nog steeds één van de best verkochte Nederlandstalige platen aller tijden.

Radio Luxemburg
Platenmaatschappij Philips huurde per dag zeven minuten radiozendtijd bij het Nederlandstalige commerciële Radio Luxemburg, waar Johnny Hoes zijn eigen programmaatje kreeg. Hij organiseerde meteen een wedstrijd om het beste Limburgse carnavalslied, zette daartoe de beste schlager van alle grote Limburgse plaatsen op singles en riep de luisteraars op te stemmen op hun favoriete lied.

" Ut Menke" van Pierre Dentener en Fried van Dooren, uit Weert, werd de winnaar. Maar commercieel gezien was de actie geen succes. Johnny Hoes: "Een vinylsingle had twee kanten. Ik zette op elke kant telkens één liedje. Zo verschenen de liedjes van Heerlen en Maastricht op één plaat, van Sittard en Geleen, van Roermond en Weert, enzovoort. In die dagen was de onderlinge rivaliteit tussen die plaatsen, zeker in de carnavalstijd zó groot dat men nog liever geen single kocht, dan een plaat met daarop een liedje van de vijand." Na carnaval draaide Hoes op Radio Luxemburg liedjes van Leni & Ludwig ("Schön ist die Jugend"), Schriebl & Huppertz ("Schneewalzer"), De Zangeres Zonder Naam en andere artiesten uit zijn stal.

Muziekzaak
Inmiddels had Johnny Hoes, in 1948 in Weert een eigen muziekzaak geopend, "Muziekhandel Antonio", waarin hij na de oorlog vooral tweedehands instrumenten verhandelde. 's Avonds trad hij op, op bruiloften en partijen, in cafés en kermistenten door heel België en Zuid-Nederland. Later presenteerde hij eigen radio- en televisieprogramma's voor KRO en VARA.

Hij richtte in 1954 een eigen muziekuitgeverij, Benelux Music, op. Een platenmaatschappij behartigt de belangen van de artiest, een muziekuitgeverij doet dat voor de liedjesschrijvers. Met een eigen muziekuitgeverij kon Hoes door hem ontdekte schrijvers verder op weg helpen. Pikant detail: de bestaande muziekuitgevers in Nederland vreesden de nieuweling en besloten tot een boycot. Zij initieerden een zwaar examen voor nieuwe muziekuitgevers. Als eerste in Nederland legde Hoes dit muziekuitgeversexamen af. Hij slaagde met lof en kon zijn Benelux Music beginnen.

In 1963 nam Hoes afscheid van Philips en richtte een eigen muziekproductiemaatschappij op: Telstar. "Ik ben Philips nog altijd dankbaar voor de kansen die ze mij hebben gegeven. Ik ben dan ook blij dat ze enthousiast hebben meegewerkt aan de totstandkoming van deze verzameling. Ach, ik was wel de eerste Nederlandse artiest die een platina plaat kreeg voor 250.000 verkochte singles. De tekstdichtende en componerende crooner vertrok en in zijn kielzog gingen door hem ontdekte talenten als Leni & Ludwig, De Zangeres Zonder Naam, Jean Kraft, Frits Rademacher en Schriebl & Huppertz mee. Niet meteen, maar op het moment dat hun contracten bij Philips afliepen.

" Het was toch een hele stap. Ik had een min of meer constant inkomen bij een groot en solide bedrijf en moest nu alles zelf gaan doen, op eigen risico." Allereerst bouwde hij, in 1963, een eigen studio, in een bioscoop in Budel, vlakbij Weert. 1967 was het jaar van de definitieve doorbraak van Telstar, met "Waarom heb jij me laten staan" van De Heikrekels als best verkochte single van het jaar in Nederland, daarmee zelfs The Rolling Stones en The Beatles passerend. De Heikrekels stonden met nóg twee singles in de top 100 van dat jaar en droegen tot 1972 bij aan de hitsuccessen van Telstar, sinds 1969 aangevuld met Het Radi Ensemble. Zingen met een zachte ‘G’ werd zelfs een trend tegen het einde van de jaren '60. Het waren ook de jaren van de grootste hits van De Zangeres Zonder Naam: "Mexico,” "Het soldaatje" en "Mandolinen in Nicosia.”

Platenmaatschappij
Telstar groeide in de loop der jaren uit tot een allround platenmaatschappij. De eerste vijf jaar zorgde collega-maatschappij Dureco voor de distributie, in 1968 kwam die in eigen handen, onder de naam Telgram. De platen werden elders geperst en achter de muziekzaak tegenover het station in Weert ingehoesd.

In 1970 bleek Johnny Hoes enthousiast over het liedje "In the summertime" van Mungo Jerry en hij vroeg aan studiotechnicus Fred Limpens of die niet een leuk skifflebandje wist. Dat resulteerde in de komst van The Walkers en de toevoeging van het poplabel Killroy, waarop later ook onder andere The Classics, Armand, Normaal, Deep River Quartet, Ben Steneker, Earlybird, Tulsa en The Major Dundee Band furore maakten. De Molukse groep Massada kwam bij Telstar uit op het Kendari label.

De familie Hoes ging zuinig om met de baten van de platenfirma en kon zo in 1973 een gloednieuw pand openen aan de Uilenweg in Weert, met een eigen matrijzenmakerij, platenperserij, cassettekopieerbedrijf en platenhoezendrukkerij. En met gloednieuwe studio's, die tot de modernste van Nederland behoorden en die dat overigens tot op de dag van vandaag nog altijd zijn."Denk niet dat het allemaal zo gemakkelijk ging,” vertelt Johnny Hoes nu. "We hebben heel wat weekeinden met de hele familie platen staan inhoezen en waren af en toe blij dat we het hoofd boven water konden houden.” In de loop der jaren werden gouden en platina platen uitgereikt aan De Zangeres Zonder Naam, Dikke Leo, De Heikrekels, Het Radi Ensemble, Zwarte Lola, Eddy Wally, Jan Gorissen, The Walkers, The Classics, Dennie Christian, Doe Maar, Toontje Lager, Joe Harris, John Terra, Johnny Hoes zelf, Massada, Henk Wijngaard, Octopus, Frank Boeijen, De Electronica's, Hanny, Pierre Kartner en Arne Jansen, maar ook mensen als Pierre Cnoops en Frits Rademacher. Waarschijnlijk zijn er nergens in Nederland zoveel evergreens opgenomen als in Weert.

Radio en tv
Radio en televisie zijn onontbeerlijk bij de promotie van muziek. In 1965 kreeg Johnny Hoes van de VARA de gelegenheid om een eigen televisieprogramma samen te stellen en te produceren. Dat werd "De lach en een traan” show, jarenlang één van de best bekeken en gewaardeerde programma's. Voor de KRO presenteerde Johnny een tijd lang een verzoekplatenprogramma op de donderdagmiddag, met uitsluitend Nederlandstalige liedjes. Twee personeelsleden van de KRO waren continu bezig met het sorteren van de post voor dit programma. Door een andere zendtijdverdeling moest het programma verschuiven naar de zondag. Deze dag reserveerde John echter steeds voor zijn gezin en hij voelde niets voor voortzetting van het programma op die dag.

Artiestenmaker
Een uniek talent van Johnny Hoes is het "maken" van artiesten. De Zangeres Zonder Naam ontdekte hij als onbekende achtergrondstem op een bandje van een ander. "Die zanger, daar vond ik niet veel aan, maar die onbekende stem sprak me wel aan. Ik dacht eigenlijk dat het een kind was. Ik ben achter die stem aangegaan en creëerde haar imago."

Zingende marktkramer Eddy Wally maakte een "wereldreis" van het West-Vlaamse Ertvelde naar Weert omdat hij ervan overtuigd was dat daar de man woonde die hem verder kon helpen. Hoes schreef voor hem "Als marktkramer ben ik geboren" en het imago was gecreëerd. Artiestennamen als Slome Japie, Rotterdamse Riet, De Limburgse Zusjes, Dikke Leo en De Slijpers spreken voor zich. Hij was ook de eerste die zag dat de populaire Belgische voetbalkeeper Jean-Marie Pfaff een plaatje moest maken.

Anno 2003
Niet altijd ging het pad van Hoes over rozen. De recessie in de platenbranche in het begin van de jaren '80 kon het bedrijf de baas dankzij een hausse die in Weert ontstond: de Nederlandstalige popmuziek van Doe Maar, Toontje Lager, De Frank Boeijen Groep, De Janse Bagge Bend en anderen.

Aan het einde van die periode volgde de grote klap. Net voor de opkomst van de compact disc was de platenmarkt gigantisch ingezakt en achtereenvolgens werd de distributie uitbesteed, de eigen drukkerij afgestoten en de platen- en cassettemakerijen gesloten. Er werd diep gesaneerd in het bedrijf dat eens bijna 100 werknemers telde. Het doel, Telstar overeind houden, werd echter glansrijk behaald.

Dochter Jacqui Hoes, die samen met Johnny vele jaren het bedrijf runde, kampte met een zware ziekte waaraan ze overleed. Sinds haar 14de assisteerde ze haar vader, aanvankelijk in de winkel, vervolgens bij het in de hoezen schuiven van platen. De laatste tientallen jaren behartigde zij als direkteur, de zakelijke belangen van het familiebedrijf. Zoon Adri-Jan Hoes is haar inmiddels opgevolgd.

Anno 2003 is Telstar nog steeds een bloeiend, zelfstandig familiebedrijf, met 8 werknemers in vaste dienst. In drie computergestuurde studio's worden digitale opnames gemaakt voor Telstar en andere platenmaatschappijen. Daar worden ook de cd's samengesteld, het promotiebeleid uitgestippeld en vindt het management van platenfirma en muziekuitgeverij plaats.

De Belgische en Nederlandse platenmarkt verschillen sinds de komst van commerciële televisie erg veel van elkaar, vooral doordat Belgen en Nederlanders elkaars commerciële zenders niet kunnen ontvangen. En de televisie speelt nog steeds een belangrijke rol bij de doorbraak van een artiest.

Maar Telstar en Benelux Music nemen in beide landen nog steeds belangrijke plaatsen in, met artiesten als Arie Ribbens, Arne Jansen, Ben Steneker, Eddy Wally, Frans Theunisz, de Schintaler, Henk Wijngaard, Major Dundee, Paul Severs, Peter Beense, The Classics Revival Band, Dario, Harmina en natuurlijk Johnny Hoes zelf. Wereldwijd zijn inmiddels ruim 60 miljoen Telstar-platen verkocht op vinyl, musiccassette en cd. De best verkochte Telstar-plaat aller tijden is "De vogeltjesdans" van De Electronica's. De best verkochte Nederlandstalige plaat aller tijden is: "Och was ik maar bij moeder thuis gebleven" van Johnny Hoes.

Johnny Hoes heeft meer dan 1500 artiesten naar plaatopnamen geleid, was betrokken bij de productie van ruim 15.000 titels, schreef zelf zo'n 5.000 liedjes en zijn bedrijf is goed voor 300 gouden en platina platen.

Benelux Music is de grootste muziekuitgeverij op het gebied van Nederlandstalig repertoire. De catalogus telt ruim 20.000 titels, waaronder ook de aangekochte uitgeverij Metro Music, met de grote successen van Nederlandse auteurs als Han Dunk, Jaap Valkhoff, Pieter Goemans, Pi Scheffer, Malando, Eddy Christiani, Pi Vériss en Jack Bulterman. Nog steeds staat dagverse Limburgse vlaai klaar voor bezoekers aan Telstar. Als gastvrijwelkom in een uniek familiebedrijf met een net zo unieke gastheer: Johnny Hoes.

Bert Salden